Innovatie = ploeteren

Ploeteren1Creatieve ideeën krijg je onder de douche, tijdens het wandelen of in de kroeg. Wanneer je niet aan het werk bent maar juist lekker ontspant en even afstand neemt. Je moet niet heel geconcentreerd je best gaan zitten doen, maar ongeconcentreerd en opgewekt out-of-the-box denken. Het moet allemaal lekker gaan. Dan kun je overvallen worden door creatieve ideeën: ideeën die nieuw en bruikbaar zijn.

Niet dus! Uit steeds meer onderzoek blijkt dat dit een misverstand is.

Alleen denken niet veel mensen bij creativiteit aan hard werken. Ten onrechte, schrijven twee onderzoeksgroepen deze maand: Amerikanen in het Journal of Personality and Social Psychology en Nederlanders in Psychology of Aesthetics, Creativity, and the Arts. Stug doorzetten is beter.
De Amerikaanse onderzoekers gaven hun (honderden) proefpersonen steeds een creatief probleem – associatieve puzzels oplossen of toepassingen voor een kartonnen doos bedenken – en wat tijd om met oplossingen te komen. Daarna kregen de proefpersonen onverwacht extra tijd en moesten ze nóg meer oplossingen bedenken, terwijl ze dachten dat ze klaar waren. Daarmee begon het ploeteren. De deelnemers kwamen in die doorploetertijd gemiddeld met meer extra ideeën dan ze zelf verwacht hadden. En de ideeën die mensen dan bedachten, waren gemiddeld origineler (volgens anderen) dan de eerste ideeën. (Uit: NRC 20 augustus 2015)

Teun-Hocks-stringtheorie.bmp
Dat creatieve ideeën ontstaan door te ploeteren herken ik uit mijn eigen praktijk. Jaren geleden tijdens mijn dansopleiding was juist de 87ste versie van een sprong de origineelste. Eerst moeten lichaam en geest al het oude, vertrouwde, voor de hand liggende uitvoeren voordat het toe komt aan iets anders, nieuws origineels. En als facilitator van innovatie zie ik dat weer gebeuren. Geeltjes worden driftig volgeschreven tot het moment dat men niets meer weet. Niets meer denkt te weten. En dan …. niet stoppen maar verder gaan. Wanneer niets meer kan is alles weer mogelijk en ontstaan de mooiste dingen.